Beitsen

Het beitsproces
Tijdens het beitsproces wordt:

1) het aluminium oppervlak ontdaan van bovengenoemde vervuilingen, teneinde het geschikt te maken voor het aanbrengen van een eventuele conversielaag;
2) het oppervlak voorzien van een egaal, mat of half mat uiterlijk.

Na het beitsproces wordt gespoeld met gedemineraliseerd water waardoor het aluminium zichzelf door oxidatie aan de zuurstof in de lucht tegen corrosie beschermt. Hierdoor is het mogelijk het aluminium te verwerken, ook als er geen conversielaag wordt aangebracht. Dit proces van natuurlijke oxidatie noemt men passiveren.

Indien er geen of slechts onvolledige beitsing/passivering plaats vindt, is het aluminium onvoldoende beschermd.

In deze situatie zal er, afhankelijk of er al dan geen nabehandeling van het aluminium plaatsvindt, het volgende gebeuren:

1)  Als er geen nabehandeling van het aluminium is gepland:
Het aluminium heeft geen goede corrosiebestendigheid omdat er geen geheel gesloten oxidehuid op het metaal aanwezig is. Allerlei insluitsels in de oxidehuid kunnen, zeker in een vochtig milieu, corrosie initiëren, waardoor aluminiumoxides (witte neerslag) ontstaan op het aluminiumoppervlak. Dit proces zal zichzelf versnellen.

2)  Als er een nabehandeling (aanbrengen conversielaag) van het aluminium is gepland:
Doordat er nog steeds vervuilingen aanwezig zijn op het  oppervlak (door geen of slechte beitsing) wordt het aanbrengen van een goede conversielaag beperkt door corrosie onder de conversielaag en een slechte hechting op het aluminium.

Het is dan ook van het grootste belang om van een geheel schone oxidehuid uit te gaan alvorens een conversielaag aan te brengen. Het aluminium is dan in optimale conditie om een verdere chemische behandeling te ondergaan.

Hoe werkt het beitsproces? Aluminium is een amfoteer metaal, d.w.z. dat het metaal zowel in een zuur- als in een alkalisch milieu oplost. Dit geldt ook voor aluminiumoxide (Al2O3).